maandag 9 augustus 2010

Mississippi & Tennessee

Na New Orleans gingen we richting de staat Mississippi, waar de blues zijn geboren. Eerst richting Greenwood, het stadje waar Robert Johnson gestorven en begraven is. Even wat meer over deze koning van de blues. Hij is geboren in 1911 en is al vroeg begonnen met gitaar spelen. Zijn leven is wel vrij onduidelijk aangezien in die tijd niet echt iemand omkeek naar de zwarten hier in de buurt. Die werkten op de katoenplantages en verder hadden ze weinig nut voor blanken hier. Op de muziek na natuurlijk, want die zou alle moderne muziek beïnvloeden. Johnson begon als een vrij slechte gitarist die niet veel kon, volgens getuigen. Hij vertrok voor enkele maanden en toen hij terugkwam had hij de beste gitaarskills van iedereen in de buurt. De verklaring die daaraan vaak wordt gegeven is dat hij zijn ziel aan de Duivel heeft verkocht aan de “crossroads”, een bekend begrip voor elke bluesfan. Hij ging naar een kruispunt, wachtte op de Duivel, die pakte zijn gitaar, speelde enkele nummers en gaf de gitaar terug aan Johnson. Vanaf toen speelde hij zoals we hem nu kennen, met veel virtuositeit. De echte verklaring zou zijn dat hij elke nacht met iemand op het kerkhof ging oefenen en daar veel heeft geleerd. Het is wel spijtig dat veel van zijn opnames van zo’n slechte kwaliteit zijn, maar het is ook al vrij oud natuurlijk. Op een avond speelde Johnson in Greenwood en begon na de show te flirten met de vrouw van de eigenaar van de bar. Die vond dat maar niks, boodt hem een fles whiskey aan met vergif in en dat was het dan. Johnson werd al vaker door vrienden gewaarschuwd om geen geopende flessen aan te nemen, maar zei dan altijd: “don’t ever knock a bottle out of my hand”. Hij ligt nu dus begraven in Greenwood en daar zijn we dan ook eens naar gaan kijken.

Daarna zijn we doorgereden naar Clarksdale waar we bij Abe’s BBQ zijn gaan eten. Over die tent heb ik gelezen in “Blues Traveling”, een boek dat ik kocht om te weten wat hier te beleven is in Mississippi. Die bestaan al sinds 1924, ze maken daar hun eigen BBQ saus en zoals te verwachten was het daar natuurlijk weer geweldig eten. Ribs, beef, red beans, enzovoorts. De serveerster daar vroeg of we naar het blues festival in de stad gingen en wij vielen uit de lucht... Een bluesfestival? Ideaal! Op naar de Ground Zero Blues Club, die opgericht werd door Morgan Freeman. Daar waren al optredens bezig. Prachtige club daar, niks fancy ofzo, maar pure blues. Alle muren beschreven door bekende bluesartiesten of bezoekers. Buiten was het Sunflower Delta Blues Festival aan de gang en daar zijn we ook gaan kijken. Alweer een hele hoop sfeer. Uiteindelijk vertrokken we dus een paar uur te laat naar Memphis, maar het was het waard! Blues luisteren met locals in Clarksdale, de plaats waar de blues zijn begonnen en waar de “crossroads” liggen. Meer moet dat niet zijn!

In Memphis zijn we ’s morgens naar Beale Street geweest, de straat waar ge moet zijn volgens de boekjes, de straat waar de jonge Riley King speelde voordat hij B.B. (Beale Street Boy) King werd. Daar was het ook weer een hele belevenis. Overal bars met open deuren en live blues muziek die naar buiten knalt. We gingen eerst B.B. King’s Blues Club binnen en daar was het al meteen vollebak. Een paar mensen waren jarig en kregen speciaal een birthday blues opgedragen. Ook hebben we Sun Studios bezocht. Dit is de studio waar rock’n’roll geboren is. Die studio heeft namen als Elvis Presley, B.B. King, Jerry Lee Lewis, Johnny Cash en Carl Perkins getekend en dat spreekt voor zich natuurlijk. Grote helden zijn hier geboren. Carl Perkins is vrij onbekend en onderschat tegenwoordig, maar als ge weet dat de Beatles meer Carl Perkins hebben gecoverd dan eender welke andere artiest, dan kunt ge wel begrijpen hoe groot zijn invloed op de muziekwereld is geweest. Trouwens, sommige van u denken misschien dat enkel ik het hier leuk vind omdat die anderen meer naar rock enzo luisteren, maar niks is minder waar. Die amuseren zich even hard als ik hier... Ik denk dat ze stillaan inzien wat er zo cool is aan de blues, vooral Jochen, want die vindt het ook heel goed allemaal.

We hadden niet veel tijd en moesten verder richting Nashville. Zo’n vier uur later kwamen we daar aan en we hadden besloten de avond in Downtown Nashville te spenderen. En wat een goed idee was dat! Ten eerste is dit de eerste stad na Chicago waar er nog eens mooie meisjes met de hopen rondlopen, maar het is dan ook een universiteitsstad. Die gaan dan allemaal dansen op country en rock’n’roll muziek in kleren die de meisjes bij ons naar de Versuz ofzo aandoen. Ge moet u eens zo’n knappe opgetutte meid in een jurkje voorstellen die bijvoorbeeld opeens zegt met zo’n Redneck accent: “Hey y’all I’m a honky tonk princess”. Komt ge van zen leven niet tegen in België...

In de eerste bar was een vrijgezellenavond aan de gang en speelde een countryband. Maar toen ze populaire dingen gingen spelen gingen we door naar de tweede bar... en daar speelde Brandon Giles. Man wat een kerel! Die brak de tent af! En sfeer zoals ge nog nooit gezien hebt. Iedereen aan het dansen, Brandon met één voet op de piano en ene andere op zijne stoel, even later hing hij aan het plafond en dat allemaal op dikke rock’n’roll nummers zoals bijvoorbeeld Great Balls of Fire. Als grote fan van Jerry Lee Lewis had ik niet op iets beters kunnen hopen. Rond 1u zijn we terug naar het hotel gegaan want de dag erna zouden we tot Washington, DC willen rijden en dat is een heel stuk! Zo’n 10u rijden. Voordat we vertrokken zijn we nog het graf van Johnny Cash gaan bezoeken, de grote countrylegende van Amerika. Gerrit en ik zijn al fans van vóór de film (toen de meesten fan werden), dus het was wel iets speciaals. Ik heb een zwarte plectrum achtergelaten op zijn graf. Een gepaste kleur voor de man die bekend stond als The Man In Black.

Maar nu: op naar Washington! We gaan Barack es laten zien hoe het moet! We missen jullie thuis allemaal... Nog een weekje en we zijn terug. Tot snel!







Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Volgers